Ongedierte van A tot Z

Seizoenongedierte

Huismuis

Mus musculus

 

Het ongedierte dat deze maand in de spotlights staat, is de huismuis. Dit is één van de meest verspreide ongediertesoorten die - behalve op Antarctica - op elk continent voorkomt. Muizen leven op donkere, rustige plaatsen zoals onder vloerplanken, muurholtes, achter muurbekleding en in valse plafonds. Ze komen 's avonds laat uit hun schuilplaats om op zoek te gaan naar voedsel.

Muizen zijn uiterst beweeglijk. Ze zijn in staat om op zowat elk ruw oppervlak omhoog te klimmen. Het zijn ook zeer goede springers en als het nodig is, zwemmen ze zonder enig probleem. Ze kunnen zich in spleten van 6 mm wurmen, dit is iets meer dan de dikte van de basis van hun staart.

Muizenplagen kunnen zich naar alle delen van een gebouw uitbreiden doordat muizen alle mogelijke toeganswegen verkennen en uitproberen. Dat is dan ook de reden dat controle een cruciaal element is bij preventieve ongediertebestrijding en het belangrijk is dat deze systematisch en zorgvuldig wordt uitgevoerd.

Uiterlijke kenmerken

De huismuis meet ongeveer 9,5 cm en haar staart is ongeveer even lang. Ze weegt 12 tot 30 g. Door hun relatief kleine pootjes en kop en hun grote ogen en oren onderscheiden muizen zich van jonge bruine ratten (Rattus norvegicus).

 

Levenscyclus

Wijfjes zijn gedurende 20 à 23 dagen drachtig. Ze werpen gemiddeld 5 tot 6 nesten per jaar, met telkens 5 à 6 jongen. Ze worden blind en kaal geboren, maar na 21 dagen kunnen ze gespeend worden en zijn ze in staat zelfstandig te overleven. Acht tot twaalf weken na hun geboorte zijn de jongen seksueel rijp en kunnen ze zich reproduceren.

Bovenop dit fenomenale reproductiepotentieel kunnen de wijfjes zelfs opnieuw drachtig worden terwijl ze een ander nest voeden, een fenomeen dat gekend is als 'Post-Partum Oestrus'. Onder gunstige omstandigheden kan een wijfje dus om de drie weken een nieuw nest produceren!

 

Biologie

De ogen van de muis zijn speciaal aangepast aan het nachtleven. Hierdoor is het zo goed als zeker dat muizen kleurenblind zijn. Hun tastzin veel belangrijker: ze gebruiken hun snorharen (vibrissae) om hun onmiddellijke omgeving af te tasten. Muizen bewegen zich het liefst langsheen voorwerpen omdat ze zich dan veiliger voelen. Dit fenomeen heet thigmotaxis. Knaagdieren kunnen ook spierbewegingen in hun geheugen opslaan - kinaesthesis genaamd - waarbij ze vertrouwde paden volgen doordat ze een vroegere sequentie van spierbewegingen terug oproepen.

Ook hun reukzin is belangrijk - zowel voor het opsporen van voedsel of het detecteren van roofdieren als voor onderlinge communicatie. Bij een grote muizenplaag worden smeersporen opeengestapeld die het terrein afbakenen tegen indringers (muizen van andere kolonies) en andere geuren (feromonen) bevatten die het gedrag van muizen in die kolonie kunnen beïnvloeden.

De smaakzin van een knaagdier toont gelijkenissen met die van een mens. Muizen zijn in staat een onderscheid te maken tussen zoet, zuur, bitter en zout. Ze zijn echter niet erg gevoelig voor Bitrex - de bitterste stof die de mens kent. Rentokil verwerkte deze stof in haar muizenvergif. Zo wordt het risico van ongewilde inname door mensen (vooral kinderen) en huisdieren tot een minimum herleid en zijn deze lokazen voor knaagdieren super efficiënt.

Hoewel ze gevoelig zijn voor geluiden op frequenties die ook voor mensen hoorbaar zijn (tot 20 kHz), kunnen muizen ook geluiden van een veel hogere frequentie (tot 90 kHz) waarnemen. Muizen produceren ook heel wat ultrasoongeluiden om onderling te communiceren.

Alle knaagdieren hebben snijtanden die continu groeien en die ze slijten en slijpen door te knagen. Ze knagen aan alles, zelfs aan bepaalde metalen. De snijtanden groeien hun hele verdere leven door zodat de slijtage door het knagen op harde materialen wordt hersteld. Knaagdieren kunnen tot zes keer per seconde bijten en zijn daardoor in staat zich een weg te banen in nieuwe gebouwen of nieuwe plaatsen in een gebouw.

Wat eten ze het liefst?

Muizen eten alles. Het zijn omnivoren - wat een enorm pluspunt is voor ongediertesoorten als ze willen overleven. Volwassen dieren kunnen meestal overleven zonder te drinken op voorwaarde dat hun eten minstens 15% water bevat. Ze hebben slechts 3g voedsel nodig per dag. Muizen hebben de gewoonte om dit voedsel te vergaren door op veel verschillende plaatsen kleine hoeveelheden te eten. Omdat ze zo weinig voedsel nodig hebben, kan een muizenplaag lange tijd onopgemerkt blijven.

Tekenen van aanwezigheid

De aanwezigheid van muizen wordt vaak verraden door gaten in dozen of keutels op plaatsen waar ze hebben gegeten. Elke muis produceert ongeveer 80 keutels per dag. Deze keutels hebben een spoelvormig uitzicht en zijn tot 6 mm lang.

Ook vetvlekken en smeersporen van hun vacht langsheen de plaatsen waarlangs ze zich verplaatst hebben, zijn tekenen van een grote plaag.

 

Seizoenongedierte

Huismuis
Lees meer...

Ongedierte per naam

Kent u het ongedierte dat u bestrijdt?
Zoek product

Overzicht per soort klant

Diensten voor u